| |
|
|
De
kuststrook tussen de monding van de Sado bij Setúbal en Sines
bestaat uit brede stranden en duinen. Verscholen tussen de zandheuvels
liggen hier en daar strandmeertjes.
De grootste is de lagune van Santo
André.
Samen met een aantal kleinere meertjes vormt dit sinds 2000 een
natuurreservaat.
Het is vooral van belang als broed- en overwinterplaats van vele
vogelsoorten. Het reservaat beslaat een oppervlak van ruim 3000
ha land en ruim 2000 ha zee.
Het is een internationaal erkend wetland.
In de verte ligt de Serra de Grândola.
Eén grote kurkeikplantage. Hier ontspringen de beekjes die
via lange smalle dalen tussen de met dennen begroeide duinen naar
de lagune lopen. Vroeger werd hier rijst verbouwd, nu graast er
vee. Hier en daar staan boerderijen (montes). Ze zijn echter lang
niet allemaal meer in bedrijf.
Elk jaar wordt het water in de lagune geheel ververst. Hiertoe
moet de strandwal worden geopend. Soms slaat een storm hier een
gat in, maar meestal moeten bulldozers aan het werk. In het voorjaar
wordt het gat weer gedicht.
Reserva Natural do Estuário
do Sado.
Bij de havenstad Setúbal komt
de rivier de Sado uit in de Atlantische oceaan. De monding vormt
een estuarium dat van groot belang is als broed- en overwinterplaats
voor vele vogelsoorten. Het werd dan ook in 1980 uitgeroepen tot
natuurreservaat en is nu een internationaal erkend 'wetland'. Het
beslaat een oppervlakte van zo'n 24.000 hectare.
De oevers van het estuarium bestaan grotendeels
uit slikken en schorren, met daar tussen kreken en stroomgeulen,
een waar vogelparadijs. Aan de noordkant van het estuarium - net
even buiten Setúbal - zijn dan ook een aantal vogelkijkpunten.
Aan het estuarium liggen hier en daar kleine visserhaventjes. Bij
eb liggen de bootjes in het slik.
Achter dijkjes liggen uitgestrekte landgoederen, waar vooral rijst
wordt verbouwd. Sommige zijn jammer genoeg sinds kort niet meer
toegankelijk, maar in andere kan vrij gewandeld worden. Nog meer
landinwaarts zijn bossen. Er groeien vooral dennen, maar ook eucalyptussen
en kurkeiken. Langs de rivier liggen enkele zoutpannen, overblijfselen
van de eens zo bloeiende zoutwinning in dit gebied.
In het diepere deel van het estuarium zit
niet alleen veel vis, maar er leven ook zoogdieren. Zo zijn er tuimelaars,
een dolfijnsoort die wel 4 meter lang kan worden. Langs de kust
zwemmen ook bruinvissen. Af en toe gaan er een paar het estuarium
in.
Op land vinden we de meeste zoogdieren bij de stroompjes of in de
bossen. Er zijn otters, wilde katten, dassen en bunzings. Diep verstopt
in de bossen of dicht struikgewas zitten mangoestes oftewel faraoratten
(Herpestes ichneumon). Deze roofdieren, inclusief staart soms bijna
een meter lang, komen in Europa alleen voor op het Iberisch schiereiland.
Amfibieën en reptielen zijn er ook. Bij stroompjes zitten Iberische
schijftongkikkers (Discoglossus galganoi), rugstreeppadden (Bufo
calamita) en boomkikkers (Hyla arborea).
Ook zijn er adderringslangen en gewone ringslangen, beide niet giftig.
|

23 wandelingen door de Alentejo en Costa de Lisboa.
Routebeschrijving en achtergrond-
verhaal zijn te vinden in de wandelgids:

Zuid Portugal
Roel Klein & Bert Stok
Op Lemen Voeten, 2004
ISBN: 9789074980159
Prijs: € 14,95
Tekst en beeldmateriaal zijn afkomstig, en
onder copyright van de website: www.wandeleninportugal.info
Interessante wandellinks:
www.weekendhike.nl
|
|