 |
Alentejo, gebied
in Midden- en Zuid-Portugal, van de Tejo (Taag) tot aan Algarve,
ca. 26 500 km2, met ruim 1 miljoen inw. Het gebied omvat de districten
Évora, Béjaen (deels) Portalegre en Setúbal.
Het gebied heeft een continentaal klimaat en wordt vaak door droogte
geteisterd. De bodem is slechts gedeeltelijk voor landbouw geschikt;
niettemin wordt de regio wel de graanschuur van Portugal genoemd
en is tweederde van de wereldkurkproductie hiervandaan afkomstig.
Voorts enige irrigatielandbouw (rijst, tomaten).
Door het veel voorkomende grootgrondbezit vormde de regio gedurende
de ‘Anjerrevolutie’ (1974) het toneel van landhervorming.
De onteigeningen en grondverdeling aan landbouwcoöperaties
werden later weer voor een deel ongedaan gemaakt.
De kustplaats Sines heeft zich tot industriecentrum ontwikkeld (chemie,
aardolieraffinage, bouwnijverheid, autoindustrie).
Microsoft Encarta, Winkler Prins © 1993-2003
Microsoft Corporation/Het Spectrum.
----------
Alentejo (Uitspraak
IPA /[?.le~.'t?.?u]/) is een zuid-centraal gebied in Portugal. De
oorsprong van de naam, "além do Tejo", betekent
letterlijk "over de Taag". Het gebied wordt in het noorden
begrensd door de Taag, en strekt zich uit naar het zuiden waar het
aan de Algarve grenst.
Het is een van de vijf regio's van Portugal.
Er zijn vijf sub-regio's;
- Alentejo Central
- Alentejo Litoral
- Alto Alentejo
- Baixo Alentejo
- Lezíria do Tejo
De belangrijkste steden zijn Évora (hoofdstad), Portalegre,
Beja, en Sines.
Er wonen 776.585 mensen (2001) op een oppervlakte van 26.000 km².
Het gebied wordt de "broodmand" van Portugal
genoemd, het is een gebied met open land met golvende velden en
vruchtbare grond.
Topografisch varieert het landschap erg, met de golvende
velden in het zuiden tot granieten heuvels die in het noord-oosten
aan Spanje grenzen. Om de waterbehoefte te dekken zijn er een aantal
dammen gebouwd.
Ten oosten van Portalegre ligt het Parque Natural
da Serra de São Mamede, een fascinerend natuurpark met oude
middeleeuwse dorpjes die nog weinig veranderd zijn. In het zuiden
bij Mértola is een ander natuurgebied dat Parque Natural
do Vale Guadiana heet. Dit is merendeels onbewoond en is het tegenovergestelde
van het eerste. In het westen is de kuststrook die van de haven
van Sines tot Kaap van São Vicente loopt ook een beschermd
gebied.
De Alqueva dam is tegenwoordig een bekend punt
in het gebied.
© Wikipedia, De laatste wijziging op deze pagina vond plaats
op 31 mrt 2006 13:15
----------
Alentejo; Kurkeiken,
olijfbomen en glooiende velden tot zover het oog reikt. Her en der
verrijzen steden met witgekalkte huizen. Dat is het beeld van de
Portugese Alentejo. Het gebied is vlak en dunbevolkt. De overblijfselen
uit lang vervlogen tijden zijn er talrijk.
Evora, de grootste stad van de Alentejo,
herbergt een indrukwekkende hoeveelheid aan historische gebouwen.
De stad is afgeschermd met een Romeinse ringmuur. De smalle straatjes
met booggangen doen herinneren aan de tijd dat de Arabieren hier
heersten. Evora is een stad waarin je dagen rond kunt dwalen en
steeds nieuwe dingen ontdekt. Een aantal 'highlights' die je niet
mag missen:
- Sé, de kathedraal in Evora;
- de Romeinse tempel uit de tweede of derde eeuw na Christus;
- de kerk Igreja Real de São Fran- cisco met haar Capela
dos Ossos. De muren en bogen van deze kapel zijn bekleed met menselijke
botten en schedels. Luguber, maar indrukwek- kend.
Wie de toeristische route rijdt van Evora naar
Montemor-o-Novo, treft onderweg een aantal leuke stop- plaatsen.
Ten zuidwesten van Evora (bij Guadelupe) ligt de stenencirkel Cromeleque
dos Almendres.
Meer dan 12.000 jaar oude grot- schilderingen vind je in de grotten
van Escoural, 12 kilometer ten zuiden van Montemor-o-Novo, boven
het stadje Santiago do Escoural.
Ten noordoosten van Evora rijst de stad Estremoz
op tussen de eikenbossen en wijngaarden. De stad ligt op een heuvel.
Het hoogste punt wordt gedomineerd door de burcht die belangrijk
was tijdens de oorlogen met Spanje. De gebouwen in de middeleeuwse
stad zijn wit en rijkelijk voorzien van marmer. Dit gebied is dan
ook een belangrijke plaats voor de marmerwinning. Je treft hier
bijzonder veel mooie gebouwen en woonhuizen aan.
Estremoz kenmerkt zich verder door de vele traditionele ambachten.
Wie houdt van aardewerk, houtsnijwerk en leren artikelen, moet hier
beslist eens gaan 'shoppen' of een bezoekje brengen aan de traditionele
markten.
Loop tijdens de lunchtijd ook eens binnen in een van de kleine restaurants.
Vanwege het warme klimaat speelt veel van het sociale leven zich
hier binnen af, bij de airconditioning.
Copyright © A. Bruijgoms Sinds 1999 /
http://www.portugal-vakantie.info
----------
Over Portugal
De populariteit van Portugal als vakantieland groeit ieder jaar.
En dat is niet gek, want in dit prachtige land is genoeg te zien.
Een magnifieke kust met rotsen en stranden, cultuur met Romeinse
en Moorse invloeden, natuur met bergen en bloeiende oleanders, lekker
eten en volop zon.
De grillig gevormde rotskusten, witte zandstrandjes
en talloze baaitjes maken de Portugese kust tot een van de meest
indrukwekkende van de wereld. En zodra je de kust achter je laat
kom je terecht in de mooie binnenlanden met een grote verscheidenheid
aan natuur en nog traditionele cultuur. Glooiende berghellingen
begroeid met geurende eucalyptusbomen en pittoreske dorpjes met
een wirwar van sneeuwwitte huisjes bezorgen je een heerlijk vakantiegevoel.
De hoofdstad Lissabon ligt aan de Taag. In de oudste
wijk, Alfama, kan je heerlijk ronddolen in een labyrint van smalle,
bochtige straatjes, poorten en trappen. Kleurige gevels met bont,
wapperend wasgoed en vrolijke kozijnen maken deze volkswijk een
prima plek voor een bezoek aan een van de sfeervolle kleine restaurantjes
of café’s.
Ook het stadje Sintra, met tal van schitterende
paleizen, en de havenstad Porto zijn bezoeken meer dan waard. Zowel
Noord-Portugal, Alentejo of de Algarve zijn schitterende vakantiebestemmingen.
Feiten & Cijfers Portugal
Aantal inwoners: 10.566.212
Oppervlakte: 92.391 km2
Bevolkingsdichtheid: 114
Hoofdstad: Lissabon (Lisboa)
Regeringsvorm: parlementaire democratie
Munteenheid: Euro
Talen: Portugees
Geografie & Klimaat Portugal
Portugal kent grotendeels een Middellandse-Zeeklimaat. De zomers
zijn warm en droog en de winters niet koud. Aan de kust van de Atlantische
oceaan is het in de zomer gemiddeld zo’n 20 graden., terwijl
het in het binnenland kan oplopen tot 40 graden.
In de winter is de gemiddelde temperatuur nog altijd ongeveer 18
graden.
Copyright © http://www.vakantievlinders.nl
----------
Geografische gegevens
Het vasteland bestaat uit de westrand van het Spaanse tafelland,
dat gebied gaat in Portugal naar het westen toe in brede kustvlakten
over. Hierdoor heeft het land een opvallend gevarieerd landschap,
dat sterk afwijkt van Spanje, de rivier de Taag (Tejo) vormt de
belangrijke scheidslijn in het landschap. Ongeveer de helft van
het gebied ten noorden van de Taag ligt boven de 400 m. Het land
ten zuiden van de rivier bereikt op slechts zeer weinig plaatsen
die hoogte. Het noorden is heuvelachtig en bergachtig en ligt gemiddeld
op 500-800 m hoogte. De hoogste toppen komen voor in de centrale
Serra da Estrela, een van noordoost naar zuidwest lopende bergketen
die tot een hoogte van bijna 2000m reikt en uitloopt tot bij de
monding van de Taag. De vallei van de Taag is een vlak gebied. De
800km lange kustlijn is voor het grootste deel vlak en zanderig
en vaak omzoomd met duinen die lagunes omsluiten. In de buurt van
Lissabon met bij Cabo de Roca het meest westelijke punt van Europa
en bij Cabo de São Vicente bevinden zich rotsachtige stukken. De
grootste rivieren de Minho, de Douro, de Taag en de Guadiana vinden
hun oorsprong in Spanje. De Mondego en de Sado zijn de voornaamste
rivieren die geheel binnen de landsgrenzen stromen.
Bevolking
Portugal heeft ongeveer 10,5 miljoen inwoners(1995). Veel Portugezen
wonen, meestal om economische redenen, in het buitenland. Na de
dekolonisatie van Angola en Mozambique zijn honderdduizenden zgn.
retornado naar het moederland teruggekeerd. Een deel van hen is
na enige tijd naar Brazilië geëmigreerd. De jaarlijkse bevolkingsgroei
is negatief (1985 tot 1994 -0,1%). Het geboortecijfer was in 1993
10‰, het sterftecijfer 11‰. De bevolkingsdichtheid verschilt van
streek tot streek sterk. Grote bevolkingsconcentraties bevinden
zich in en om Lissabon en Porto en op Madeira. Toch is Portugal
een dunbevolkt land met maar even meer dan 100 inwoners per km2.
Talen
De officiële taal is het Portugees. Het Portugees is een Romaanse
taal en nauw verwant met het Spaans. Wel is de uitspraak heel anders.
Het Portugees heeft een unieke klank en is direct herkenbaar. Wie
wel eens naar Fado-muziek geluisterd heeft herkent zowel het rauwe
als melancholische van deze taal. Portugees is een wereldtaal en
wordt door meer dan 160 miljoen mensen gesproken.
Geschiedenis
Oudheid
De oudste sporen van mens en beschaving zijn uit 8000 voor Christus.
Kelten en Lusitaniers zijn de eerste belangrijke bewoners geweest
voor Portugal. De Romeinen kwamen aan het begin van de tweede eeuw
voor Christus in Portugal en bleven er meer dan 600 jaar. Aanvankelijk
ontmoetten ze veel tegenstand, vooral van de zijde van de weerbare
Lusitani. In 27 voor Christus verdeelde Augustus het Iberisch Schiereiland
in drie provincies. Tarraconensis (oosten en noorden), Baetica (zuiden)
en Lusitania (westen). De laatstgenoemde provincie viel niet helemaal
samen met het grondgebied van het huidige Portugal. Sporen van de
Romeinen zijn er nog in de vorm van wegen en bruggen en plaatsen
als Evora en Conimbriga. Ook de Portugese taal stamt af van het
Latijn.
De Moren
Na een korte overheersing van de Germanen kwam de volgende inval
van betekenis, die van de Moren. Gebruik makend van de verdeeldheid
van de Germaanse overheersers stak de Moorse veldheer Tarik in 711
naar Spanje over en even later ook het huidige Portugal. Binnen
tien jaar waren de Moren meesters van het schiereiland, op enige
onherbergzame streken van het bergachtige Asturië na. De heerschappij
van de Moren heeft eeuwenlang geduurd en is in Portugal van grote
betekenis geweest. Vooral in zuid- en midden-Portugal was de Moorse
invloed groot. Algarve is een Moors woord wat het westen betekent.
De Moren brachten de Islamitische cultuur met zich mee. Voedsel
en bouwkunst vertonen nog steeds Moorse trekken.
Het Bourgondische Huis
Na veel strijd werd en met behulp van de kruisvaarders viel Lissabon
in 1147 in handen van Alfonso I Henriques (1139-1185). Hij nam de
koningstitel aan, die na veel strubbelingen door Castilië en Rome
erkend werd. Zijn opvolgers, beurtelings Sancho en Alfons geheten,
breidden het gebied uit en wisten zich als soevereine vorsten te
handhaven. Alfons III veroverde in 1249 de laatste bolwerken van
de Moren in de Algarve. Hiermee kreeg Portugal zijn huidige landsgrenzen.
Het huis sterft uiteindelijk uit door een gebrek aan mannelijke
troonopvolgers.
Het Huis van Avis
Tijdens de verwikkelingen na het uitsterven van het huis van Bourgondie
lieten een aantal buren hun begerig oog vallen op Portugal. Maar
zowel de burgerij als de adel lieten dit niet gebeuren. Veldheer
Nuno Alvares Pereira zorgde er voor dat in 1385 een bastaard op
de troon kwam, Joao I. Met de nieuwe koning ontstond het huis van
Avis. Zijn zoon Hendrik de Zeevaarder (1394-1460) heeft de grondslag
gelegd voor het Portugese imperium. Bij zijn dood waren Madeira
en de Azoren al ontdekt en waren de Portugezen in Afrika al tot
Siërra Leone doorgedrongen. Portugal was de voornaamste maritieme
mogendheid van Europa geworden. De belangrijkste ontdekkingsreizigers
waren Vasco da Gama (hij ontdekte de zeeweg naar India, waar hij
in 1498 voet aan wal zette) en Pedro Alvares Cabral (hij ontdekte
Brazilië in 1500. Dit vond plaats onder het bewind van Manuel I
(1495-1521) Hierna raakte Portugal langzaam in verval. Na een mislukte
veldtocht tegen de Moren in Marokko in 1578 namen de Spanjaarden
in 1580 de macht over.
Spaanse overheersing
Filips II was vrij loyaal in de erkenning van de Portugese autonomie,
maar de vijanden van Spanje, vooral de Republiek, gingen ertoe over
Portugal eveneens als vijand te beschouwen. De Oost-Indische Compagnie
veroverde grote delen van het Portugese imperium in het oosten,
de West-Indische Compagnie nestelde zich in Noordoost-Brazilië.
Ook was het noodlottig voor Portugal dat het betrokken werd in de
talrijke oorlogen van Spanje met andere Europese mogendheden. Economisch
en sociaal raakte het land steeds meer uitgeput, vooral onder Filips
III en IV, die Portugal eenvoudig als een provincie van Spanje beschouwden.
Maar het Portugese nationalisme kwam steeds meer in verzet tegen
de onderdrukking en uitbuiting. Eind 1640 maakte een kleine groep
van samenzweerders een eind aan de Spaanse overheersing. Dit werd
door het overgrote deel van de bevolking geestdriftig toegejuicht.
De hertog van Braganca werd tot koning Joao IV uitgeroepen.
Het Huis van Braganca
In 1662 werden de banden met Engeland aangetrokken door het huwelijk
van Catharina Braganca met Karel II. Dit kostte Portugal wel het
bezit van Bombay. Van het Portugese imperium in het oosten waren
slechts restanten overgebleven, maar de onafhankelijkheid van het
land was verzekerd. Toch slaagde Portugal er niet in zich tot een
moderne mogendheid op te werken. Het Braziliaanse goud, dat in de
18de eeuw naar Portugal begon te stromen, werd door de prachtlievende
barokvorst Joao V (1707-1750) aan pompeuze bouwwerken besteed. Zijn
opvolger liet de regering over aan zijn minister Pombal, een typische
vertegenwoordiger van het verlicht despotisme. Hij liet Lissabon
na de aardbeving in 1755 planmatig herbouwen. Portugal was in de
19de eeuw een constitutioneel monarchie met een vrij liberale grondwet.
Van de uitwerking kwam in de praktijk weinig terecht. De bevolking
op het platteland leefde in vrijwel feodale omstandigheden en in
grote onwetendheid. Financiële schandalen van regeringsleiders,
onwil en onmacht van de leidende kringen om de situatie te verbeteren,
en politieke wantoestanden in Afrika brachten de monarchie in diskrediet.
Portugal bouwde in de tweede helft van de 19de eeuw een groot koloniaal
rijk op in Afrika. Maar in conflicten met machtiger mogendheden
trok het land steeds aan het kortste eind. In 1878 werd de Republikeinse
Partij opgericht. In 1908 werden koning Carlos I (1889-1908) en
de troonopvolger gedood na een aanslag van republikeinen. De jonge
Emanuel II moest na een militaire rebellie en volksopstand in 1910
de wijk nemen naar Engeland. Dezelfde dag werd de republiek uitgeroepen
en Teófilo Braga werd de eerste president.
De Republiek
Het nieuwe regime bracht geen politieke stabiliteit. De financiële
problemen, het analfabetisme, de economische en sociale vraagstukken
bleven bestaan. Van 1910 tot 1926 telde Portugal niet minder dan
44 regeringen, maakte het land twintig staatsgrepen mee en wisselde
het twaalf maal van president. Onder zware Britse druk nam Portugal
in 1916 aan de Eerste Wereldoorlog deel. Het leed aanzienlijke verliezen
in Frankrijk, nederlagen in Mozambique en kwam financieel nog verder
ontredderd uit de oorlog te voorschijn. Regeringscrises, internationale
leningen op vernederende voorwaarden, stakingen en onlusten bepaalden
het naoorlogse beeld. In 1926 brak een rechtse nationalistische
revolutie uit. Generaal Carmona, president van 1926 tot 1951, haalde
in 1928 de econoom António de Oliveira de Salazar naar het ministerie
van Financiën. Salazar had absolute volmachten bedongen en saneerde
de financiën met drastische maatregelen dankzij de generaalsdictatuur.
De staatstekorten veranderden in overschotten.
Salazar
In 1932 werd Salazar minister-president en een jaar later gaf hij
het land met een nieuwe grondwet een corporatieve politiek-sociale
grondslag (Estado Novo). Veertig jaar zou Salazar de Portugese politiek
beheersen. In feite ging het om een mengeling van katholiek corporatisme
en fascisme. De ideeënwereld van liberalisme en socialisme, van
democratie met politieke vrijheidsrechten en de arbeidersbeweging
werden als subversief onderdrukt. In de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939)
verleende Portugal velerlei diensten aan Franco. Na Franco's overwinning
werd met hen een Iberisch Pact gesloten. Portugal bleef buiten de
Tweede Wereldoorlog Na de oorlog trad Portugal toe tot de Verenigde
Naties en de NATO (1949) zonder dat het regime gewijzigd werd. Oppositie
werd monddood gemaakt. In 1951 kregen de koloniën de status van
overzeese gebiedsdelen, maar zij bleven buiten het dekolonisatieproces
dat zich in Azië en Afrika voltrok. India annexeerde na een militaire
actie in 1961 de enclaves Goa, Daman en Diu. In Afrika begonnen
bevrijdingsbewegingen een gewapende strijd (Angola 1961, Guinea
1963, Mozambique 1964). Portugal verzeilde in een drievoudige koloniale
oorlog, waarin een leger van 100.000 dienstplichtigen betrokken
was. Het regime raakte in een internationaal isolement en hoewel
honderdduizenden Portugezen in West-Europa werkten, stagneerde de
economie. Het verzet verdiepte en verbreedde zich. Een oppositiebeweging
binnen de strijdkrachten, de Beweging der Strijdkrachten (MFA),
greep tenslotte in.
De Anjerrevolutie en de democratie
De Anjerrevolutie van 25 april 1974, die zonder bloedvergieten verliep,
deed de 'Nieuwe Staat' als een kaartenhuis uiteenvallen en bracht
een revolutionaire ontwikkeling op gang in de Portugese samenleving.
Deze ontwikkeling ging de opzet van de MFA verre te buiten. Oude
en nieuwe partijen organiseerden zich. In de loop van enkele jaren
zou de (sociaal)revolutionaire vloedgolf worden ingedamd en er ontstond,
voor het eerst in de Portugese geschiedenis, een politieke democratie.
De verkiezingen voor de grondwetgevende vergaderingen op 25 april
brachten een grote overwinning voor de gematigde partijen, de socialisten
(SP) onder Mario Soares (38%) en de Volkspartij (PPD) van Sá Carneiro
(26%). De communisten (PCP) onder Cunhal behaalden 12,5% en de rechtse
cdS 7,7%. De politieke spanningen stegen verder en op 25 november
greep een 'groep van negen' militairen in. Het werd een keerpunt,
de revolutionaire structuren verloren snel terrein, formele machtsstructuren
werden hersteld. In 1976 werd de nieuwe grondwet van kracht. Soares
werd premier en hield de PCP die getracht had zoveel mogelijk sleutelposities
in handen te krijgen, buiten de nieuwe machtsstructuren. Soares
richtte zich sterk op Europa, met name op de Duitse zusterpartij
en trachtte het land, dat in grote economische moeilijkheden was,
aan te passen aan zowel de nieuwe Portugese als de Europese verhoudingen
In 1979 werd Sá Carneiro premier van een coalitieregering van PSD
en rechts. Hij en zijn opvolgers Francisco Pinto Balsemão en sinds
1985 Anibal Cavaço Silva volgden de ingeslagen weg naar meer kapitalistische
verhoudingen waarbij de populaire Cavaço Silva electorale successen
behaalde. In 1987 kwam de liberale PSD aan het bewind. Ook de grondwet
werd aangepast (1982 en 1989). Eanes werd in 1986 opgevolgd door
de socialist Mario Soares, die in 1991 werd herkozen. In oktober
1992 behaalde de PSD bij verkiezingen de meerderheid in het parlement.
Portugal, dat in 1977 het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap
had aangevraagd, werd in 1986 volwaardig lid. De ontevredenheid
over de slechte economische toestand kwam duidelijk aan het licht
bij de gemeenteraadsverkiezingen van dec. 1993. De linkse oppositiepartijen,
de socialisten en de communisten boekten grote winst ten koste van
de centrumrechtse regeringspartij. Deze uitslag bleek een vingerwijzing
te zijn voor de parlementsverkiezingen van okt. 1995, die een grote
overwinning opleverden voor de socialisten, wier voorman Guterres
een regering vormde met de onafhankelijken. De presidentsverkiezingen
eindigden in een zege voor de socialistische kandidaat Jorge Sampaio,
de voormalige burgemeester van Lissabon, die zijn partijgenoot Soares
opvolgde. Portugal, dat jarenlang de laagste levensstandaard had
in democratisch Europa, liep in de jaren negentig deze achterstand
geleidelijk in, dankzij een snelle economische groei.
Klimaat
Ondanks de invloeden van de betrekkelijk koude Atlantische Oceaan
is het overheersende klimaattype mediterraan. Tegenover koele, regenachtige
winters staan hete, droge zomers, met een duidelijk verschil tussen
het noorden en het zuiden. In het noorden, waar de naar de wind
gekeerde berghellingen jaarlijks 2540 mm regen ontvangen, heerst
een duidelijk regenschaduweffect. In geheel Portugal ten zuiden
van de Taag valt minder dan 813 mm, en in het oosten van Algarve
minder dan 406 mm. De winden zijn over het algemeen westelijk en
langs de kust van de noordelijke provincie Minho komt vaak zeemist
voor. De tegenstelling in temperatuur tussen de kust en het binnenland
is groot. Langs de kust liggen de wintertemperaturen tussen 10 en
12 °C (in het zuiden hoger) en in het binnenland tussen 4 en 7 °C.
Aan de kust bedragen de zomertemperaturen gemiddeld 20-24 °C en
in het noordelijke binnenland 18 °C. De warmste maand is augustus
in het binnenland kunnen de temperaturen dan oplopen tot boven de
40 graden.
Flora en fauna
Grondsoort, klimaat en hoogte zijn van grote invloed op de plantengroei.
Hierdoor is de plantengroei zeer divers. In de bergen en op de hoge
plateaus in het noorden zijn de berk, kastanje, eik en esdoorn de
meest voorkomende bomen. De plantengroei bestaat voornamelijk uit
doornstruiken, heide en varens. In het zuiden vinden we kurkeiken,
eucalyptus en olijfbomen. Portugal is de grootste producent van
kurk en kurkproducten. In Portugal staan 30% van alle kurkeiken
van de gehele wereld. Kruiden zijn onder andere rozemarijn, tijm
en lavendel. De dierenwereld van Portugal sluit aan bij die van
Spanje, maar heeft ook een aantal Afrikaanse elementen. Zo zijn
er o.a. de kameleon, genetkat en mangoeste. Van de zoogdieren komen
o.a. het wilde zwijn en wilde kat nog voor. Ontbossing, erosie en
onvoldoende geregelde jacht hebben talloze grote dieren gedecimeerd
(wolf, lynx, damhert, edelhert, ree) of doen uitsterven (bruine
beer, monniksrob ). Natuur- en milieubescherming staan nog in de
kinderschoenen. De visrijke zeeën rond Portugal zijn al eeuwenlang
met succes geëxploiteerd (sardine, ansjovis, kabeljauw). Portugal
is een belangrijk tussenstation voor de vogeltrek. Steltlopers,
kluten, wulpen en grutto's zijn de belangrijkste trekvogels. Verder
zijn er arenden, uilen, buizerds en zeekoeten.
Economie
Na de omwenteling van 1974 werd een groot aantal industriële bedrijven
en banken genationaliseerd, maar aan het eind van de jaren zeventig
zijn veel van deze nationalisaties weer ongedaan gemaakt. De nieuwe
grondwet van 1982 opende de weg naar een verdere liberalisering
van de economie. Een aantal sectoren werd opengesteld voor het bedrijfsleven.
Vanaf 1985 was er, na twee jaar van recessie, sprake van enig herstel.
Vooral de toetreding tot de Europese Gemeenschap (EG) in 1986 heeft
het land goed gedaan. Sinds dat jaar lag de gemiddelde jaarlijkse
groei van de economie rond 4,6%. Portugal heeft daarmee de snelst
groeiende economie van de Europese Unie. De in het verleden hoge
werkloosheid daalde tot 7,2% in 1995. Schaduwzijde van het economisch
herstel zijn de hoge inflatie en het toenemende tekort op de handelsbalans.
Landbouw, bosbouw en visserij De landbouw draagt 5% bij aan het
bruto nationaal product en levert aan 12% van de beroepsbevolking
werk. Portugal krijgt financiële steun van de Europese Unie om de
landbouwsector te moderniseren. De nadruk wordt gelegd op het verhogen
van de productiviteit. Boeren worden aangespoord weer coöperaties
te vormen. De akkerbouw wordt in het noorden bedreven op kleine
landbouwbedrijven. In het zuiden komt veel grootgrondbezit voor.
Hoewel met name het zuiden zeer vruchtbaar is, voorziet de landbouw
door de achtergebleven technologie en de slechte infrastructuur
niet in de eigen behoefte. Er moeten veel voedingsmiddelen ingevoerd
worden. De voornaamste producten van de akkerbouw zijn graan, maïs,
bonen, rogge, rijst, aardappelen, olijfolie en wijn. De wijnbouw
is vooral geconcentreerd in de dalen van de rivieren Minho (bekend
om de Vinho Verde), de Douro (port!) en de Taag. De veehouderij
wordt voornamelijk in het noorden bedreven. Aan de kust in de provincies
ten zuiden van de Taag wordt aan schapen- en varkensteelt gedaan.
Ongeveer 40% van het grondoppervlak is met bos bedekt. Portugal
dekt de helft van de wereldbehoefte aan kurk. De visserij is van
groot belang, zowel voor de voedselvoorziening als voor de uitvoer.
De kustvisserij vist vooral op sardines, tonijn en schaaldieren.
Portugezen vissen ook verder van huis, kabeljauw (Bacalhau) is het
volksvoedsel bij uitstek. Mijnbouw Portugal heeft wel delfstoffenvoorraden,
maar de winning is niet erg rendabel. Van belang zijn alleen de
productie van wolframiet, koper, tin, lood, steenkool en ijzererts
(ijzergehalte 50%). Industrie De industrie draagt voor 39% bij aan
het BNP en verschaft aan 33% van de beroepsbevolking werk. In vergelijking
met andere West-Europese landen is de industrie nog vrij slecht
ontwikkeld. Kleinschalige bedrijven overheersen het beeld. Lissabon,
Porto, Setubal en Sines zijn de belangrijkste centra voor de industrie.
Van belang zijn de textiel- en visconservenindustrie, de met de
wijnbouw verbonden industrie, de scheepsbouw (Lissabon), de petrochemische
industrie en de auto-assemblage. Energie De waterkrachtcentrales
in het noorden en midden van Portugal zijn van groot belang voor
de energievoorziening. Maar Portugal moet veel aardolie importeren
om in haar energiebehoefte te kunnen voorzien. Handel De export
bestaat voornamelijk uit kleding en textiel, wijn, visconserven,
kurk, hout en papier. De belangrijkste afnemers zijn de Verenigde
Staten, Spanje, Duitsland en de rest van de Europese Unie. Aardolie,
aardolieproducten, machines, ijzer en staal zijn de belangrijkste
producten die moeten worden ingevoerd. Ook hier zijn de Verenigde
Staten en de Europese Unie de belangrijkste handelspartners. Bijna
alle handel gaat over zee. Portugal is van oudsher een zeevarende
natie. Lissabon en Porto zijn de belangrijkste havens. Verkeer Het
wegennet van ruim 70.000 kilometer is goed onderhouden, maar toch
is de infrastructuur onvoldoende. Portugal kent geen uitgebreid
spoorwegnet het beslaat ongeveer 3.500 kilometer. De scheepvaart
is van groot belang. De nationale luchtvaartmaatschappij is Air
Portugal. De belangrijkste luchthavens zijn Lissabon, Porto en Faro.
Toerisme
Van steeds groter belang voor de Portugese economie is het toerisme.
Tussen de 10 en 20 miljoen mensen bezoeken Portugal jaarlijks. Uiteraard
is dit heel goed voor de economie, maar het maakt Portugal wel afhankelijk
van deze sector. Het milde klimaat, de historische monumenten en
het geheel eigen karakter van het land maken Portugal tot een aantrekkelijk
toeristenland. Portugal is ook een van goedkoopste landen van Europa.
Het prijsniveau ligt ver onder het niveau van de Europese Unie.
Portugal heeft verschillende soorten accommodatie, van campings
en eenvoudige onderkomens tot 'pousada's' (meestal door de staat
beheerde oude kastelen of paleizen). Veel bezocht worden vooral
de Algarve, Lissabon en Porto. De Algarve is de meest bezochte streek.
Het massatoerisme heeft deze provincie niet onberoerd gelaten. Toch
is hier ook veel te genieten en is er een mooi en rustig achterland.
Lissabon is het uitgangspunt voor tochten naar de kustplaatsen (met
goede stranden) rond de monding van de Taag, onder andere Cascais
en Estoril. Tussen Porto, schitterend gelegen aan de steile oevers
van de Douro en Lissabon ligt een aantal bezienswaardige plaatsen.
Coimbra (oude universiteitsstad), Nazare en Fatima (bedevaart) zijn
de bekendste plaatsen. Ten noorden van Porto liggen badplaatsen
als Póvoa de Varzim en Viana do Castelo. Meer landinwaarts liggen
Braga en Guimarães, waar in 1109 de eerste koning van Portugal,
Alfons I de Veroveraar, werd geboren.
Copyright © http://www.teije.nl
----------
|
|
|